The Pond Library
The Pond Library > Vijverwater > Invloeden op de zuurtegraad

Invloeden op de zuurtegraad

Opgeloste stoffen zijn dus verbindingen die wanneer ze in contact komen met water uiteenvallen in ionen van de stoffen waaruit ze bestaan. Dit proces leidt ertoe dat onze pH-waarde verandert.

Het natuurlijke reinigingsproces beïnvloedt eveneens de hoeveelheid waterstofionen door de nitrificatie en denitrificatie die plaatsvinden in de bodem. Deze taak wordt uitgevoerd door de aërobe en anaërobe bacteriën.

De nitrificatie zorgt ervoor dat ammoniak (NH3) via nitriet (NO2) wordt omgezet in nitraat (NO3). Hierdoor ontstaat salpeterzuur (HNO3) waardoor het water zuurder wordt en de pH dus daalt.

Denitrificatie heeft een tegengestelde werking en na omzetting van nitraten in stikstof (N2) en zuurstof (O2) worden nitraationen verwijderd en zal de pH-waarde stijgen.

Beide processen vinden ook plaats in onze vijver en vooral bij het gebruik van biologische filters wordt gehoopt deze werking te verkrijgen. We kunnen hier ook vaststellen dat wanneer beide processen aanwezig zijn er eveneens een bufferwerking optreedt.

Een derde natuurlijke invloed is de gaswisseling bij de ademhaling van plant en dier. Vissen nemen voortdurend zuurstof uit het water en geven kooldioxide in de plaats. Ook planten doen dit wanneer er te weinig licht aanwezig is (´s nachts). Dit noemt men de fotosynthese. Door toevoeging van kooldioxide wordt de pH verlaagd. Dit wordt dan op zijn beurt opgevangen door de watercirculatie waarbij zuurstof wordt opgenomen en CO2 wordt verwijderd.

Wanneer onze planten wel voldoende licht ontvangen (overdag) gebruiken ze het kooldioxide om voedsel te produceren en geven hierbij zuurstof af aan het water. Het water wordt dus minder zuur. Is er echter te weinig kooldioxide beschikbaar dan onttrekken zij dit aan de bicarbonaationen (HCO3-) waardoor de buffercapaciteit van ons water vermindert. Het is dus aan te raden een evenwichtig plantenbestand te houden ofwel te zorgen voor voldoende CO2. Vandaar ook het grote succes tegenwoordig van de extra CO2 voorziening in de vijver. Het is wel belangrijk het juiste evenwicht tussen beide te houden anders zal de pH regelmatig ernstig verstoord worden. In het begin van de CO2 toepassing moet men dagelijks meerdere malen contruleren. Dit kan tegenwoordig ook elektronisch gebeuren maar de prijs is minder interessant.

We kunnen er nu van uitgaan dat water eigenlijk voldoende stoffen bezit om schommelingen te voorkomen. Deze stoffen noemt men buffers. Hydroxiden, carbonaten en bicarbonaten zijn de belangrijkste buffers die ervoor zorgen dat het aantal waterstofionen onder contrule blijft. Zeewater heeft een betere bufferwerking dan zoet vanwege het hoge zoutgehalte.

Deze bufferwerking noemen we in een vijverwereld ook wel eens: “biologisch evenwicht”. Dit is echter van nog heel wat andere factoren afhankelijk die verder op deze site aan bod zullen komen

Alain Guillemin

Voeg een reactie toe