The Pond Library
The Pond Library > Vijverwater > De soorten waters

De soorten waters

Er zijn verschillende soorten water in de natuur die allen hun welbepaalde eigenschappen bezitten en allen verschillen van concentratie opgeloste stoffen

Er zijn heel wat verschillende soorten water in de natuur die allen hun welbepaalde eigenschappen bezitten en allen verschillen van concentratie opgeloste stoffen. We gaan er enkele kort toelichten en proberen enkel te vermelden wat belangrijk kan zijn voor een vijverhouder..

Regenwater

Dit water heeft een lange weg af te leggen voor het uiteindelijke onze daken en onze regenton bereikt. Door de verdamping van water uit zeeën en rivieren vormen zich wolken. Deze wolken gaan op hun beurt, door afkoeling en verzadiging, condenseren. Dit vormt het begrip regen, ons alle gekend. Regenwater bezit in principe geen zouten en mineralen want deze zijn bij de verdamping in zee gebleven. We denken dus onmiddellijk dat ons regenwater zacht is.

Regenwater heeft echter de trieste eigenschap om te proberen alles waarmee het in aanraking komt, op te lossen. Het “zuivere” regenwater wordt dus vervuild door stofdeeltjes (vooral uit de industrie). Ook door onze dakpannen, goten, mos, duivenuitwerpselen, uitlaatgassen, en noem zo maar verder. Dit leidt in een vijver natuurlijk tot de nodige problemen. In een eerste instantie kunnen we proberen het contact met deze zaken te verminderen. Dit kan bijvoorbeeld door tussen enkele palen een grote, stevige plastic op te spannen die dienst kan doen om het water op te vangen. Gebruik hiervoor vanzelfsprekend proper materiaal.

De pH van ons gezuiverde regenwater zal ergens rond de 6 schommelen en de hardheid (KH) moet bijna 0 zijn. Dit betekent dat ons water geen bufferend vermogen meer bezit en bepaalde waarden dus gemakkelijk kunnen schommelen. Dit is zeker te vermijden in een vijver.

Welwater

Dit is een vorm van water dat vanzelf aan de oppervlakte is getreden, en afkomstig is van grondwater. Welwater wordt wat betreft samenstelling sterk gedetermineerd door de aard van de grondlagen. Mineraalwellen met een hoog gehalte aan koolstofdioxide en zouten worden voor industrieel gebruik in verschillende industrieën (zoals brouwerijen) uitgesloten. Onder bijzondere omstandigheden kunnen deze waters als mineraalwater geconsumeerd worden. Voor de industriële watervoorziening spelen zij een afnemende rol.

Welwater is voor de vijver niet geschikt omdat het teveel zouten bevat!

Rivierwater

Kanaalwater en rivierwater worden meer en meer voor industriële doeleinden gebruikt, mits een goede zuiveringsinstallatie voorhanden is. De samenstelling is afhankelijk enerzijds van de natuurlijke factoren (contact met bepaalde gesteenten), anderzijds van de industriële afvalstoffen. Dit water is voor de vijver niet geschikt, zelfs al leven er wel vissen in bij ons in de buurt. Het bevat namelijk teveel afvalstoffen die moeilijk kunnen verwijderd worden. Een herhaaldelijke filtering over kool kan hier een uitkomst bieden, maar het is toch niet aan te raden om dit uit te proberen.

Grondwater

Dit is het onderaardse water dat zich boven een ondoordringbare laag bevindt en in “aders” wordt verzameld. Dit water is voor de industrie van tamelijk groot belang. De samenstelling ervan is afhankelijk van de diverse aardlagen. Grondwater vindt zijn oorsprong in:

  • regen die ter plaatse valt of over lange afstanden wordt vervoerd,
  • rivieren en meren,
  • de zee. Dit kan verzilting (zouthoudend worden) tot gevolg hebben.

Grondwater kan in bepaalde gevallen aangewend worden voor gebruik in de vijver mits het goed werd onderzocht en eventueel behandeld werd.

Zeewater

Zeewater bevat hoofdzakelijk chloriden, bromiden, jodiden, carbonaten… Magnesiumchloride maakt het zeewater sterk corrosiewerend. Het zoutgehalte in de zee stijgt nog steeds. Langzaam, aangezien alle uit de aarde oplosbare zouten door het stromende water onafgebroken naar de zee worden getransporteerd. Gezien het zout niet verdampt, en het regenwater dat op aarde valt voor 95% uit verdampt zeewater bestaat, kan de concentratie dus maar stijgen.

De pH van zeewater schommelt tussen de nauwe grenzen van 7,9 en 8,3. De carbonaathardheid is ongeveer 6ºDH.

Miniraalwater

Het mineraalwater wordt soms aangeraden om de bijzondere zouten die het bevat. Het borrelt uit de grond op, nu eens koud, soms eens warm. Dit laatste is het zogenaamde thermale water. Als bijzondere mineraalwaters gelden.

  • Gaswater (Top-bronnen) dat koolstofdioxide bevat. Dit is het gewone spuitwater en is zéér bevorderend voor de spijsvertering. Doorgaans wordt het in de fabrieken bereidt door toevoeging van koolzuurgas aan gewoon water.
  • Alkalische wateren bevatten natriumbicarbonaten. Dit water is goed voor maaglijders.
  • Zoute wateren bevatten magnesiumchloride, natriumchloride en kaliumchloride.
  • Zwavelwateren bevatten kaliumsulfide en waterstofsulfide met als gevolg dat dit water wel eens kan stinken naar rottende eieren.
  • Staalwater bevat ijzerzouten.

In het algemeen dient de weldoende invloed van mineraalwater niet te worden overschat!

We vragen ons nu waarschijnlijk af wat dit mineraalwater hier te zoeken heeft en welke zijn invloeden kunnen zijn in het aquarium. Wel, bij een accuut zuurstofgebrek kan dit water zeer goede diensten bewijzen. Door toevoeging van een fles spuitwater kan het tekort aan zuurstof tijdelijk verholpen worden. Een aquarium is in verhouding tot een vijver heel klein en deze methode kan dan ook einkel zijn toepassing vinden bij de aquariumhouders.

Leidingwater

Ons leidingwater is niet anders dan regenwater dat uit de grond wordt gepompt door de watermaatschappijen. Op zijn weg door de bodem nam dit water vele mineralen met zich mee. Komen deze stoffen veelvuldig voor dan zal het water hard aanvoelen of zelfs verkleuren. Zo zal het schuimen van zeep in hard water bemoeilijkt worden of ziet het bruin als ijzerertsen aanwezig zijn in de waterwingebieden. De maatschappijen mengen dat water door meerdere waterspaarbekkens met elkaar te verbinden. Om besmetting te voorkomen voegen ze chloor of fluor toe. Dat alles maakt dat er overal in Vlaanderen een andere soort water uit het kraantje stroomt. Leidingwater moet steeds ontchloort worden vooraleer in de vijver te gebruiken. Dit doen we door een sproeikop te gebruiken op onze kraan of door het water voldoende te beluchten.

Besluit

Als besluit van dit gedeelte kunnen we vaststellen dat niet alle waters geschikt zijn voor onze vijver. Zij die het wel zijn kunnen best vooraf behandeld worden. Het filteren over actieve kool biedt hier steeds een oplossing. Dit behandelde water dient vooraf getest te worden op zuurtegraad en hardheid. Bij te lage of te hoge waarden moeten deze bijgestuurd worden.

Ook interessant om te lezen

 

Alain Guillemin

Voeg een reactie toe