The Pond Library
The Pond Library > Waterdieren > Vreemde eenden in de bijt

Vreemde eenden in de bijt

Het bezoek van vreemde dieren aan de vijver leidt niet zelden tot paniek bij Koiliefhebbers. Vaak is deze paniek gegrond op verhalen van vrienden en kennissen, die verbanden trekken tussen watervogels en het optreden van parasitaire infecties. Soms geheel terecht, soms ook helemaal niet. Het ligt in de aard van de mens om voor alle verschijnselen een verklaring te zoeken. Maar uit veel verhalen blijkt dat het mechanisme van gezondheid en ziekte niet altijd goed wordt begrepen en/of geïnterpreteerd. Met dit artikel hoop ik daar verandering in te kunnen brengen. Leest en denkt u met mij mee?

Symbiose: parasitisme, commensalisme & mutualisme

Symbiose (van sym-biosis, samen leven) is het samenleven van twee levensvormen. Men onderscheidt drie vormen van symbiose, te weten: parasitisme, commensalisme en mutualisme. Bij parasitisme is de samenleving voor één van beiden schadelijk, terwijl de ander er juist baat bij heeft. Bekende parasieten zijn ankerluizen, huid- en kieuwwormen, Trichodina, etc. Een Commensalisme is een samenleving die voor één van beiden voordelig is, terwijl de ander er vrijwel geen nadeel van ondervindt. Maar zoals altijd zijn er uitzonderingen op de regel. Onder meer gesteelde klokdiertjes (Apiosoma, Epistylis) worden onder deze noemer geschaard. Een Mutualisme ten slotte, is een samenleving die nuttig of zelfs noodzakelijk is voor beide organismen. Maar omdat een dergelijke symbiose vrijwel nooit problemen veroorzaakt, wordt zij hier niet verder behandeld.

Wat is een parasitaire infectie?

Een parasitaire infectie wordt veroorzaakt door dierlijke en/of plantaardige organismen (parasieten) die zich voeden ten koste van een ander organisme (de gastheer). In het algemeen worden juist de zwakkere individuen getroffen door infecties en zo kan het bestaan van parasieten heel goed worden beschouwd als een belangrijk onderdeel van een nuttig en volkomen natuurlijk regelmechanisme: de natuurlijke selectie. Zwakke individuen van een soort worden uitgeschakeld wanneer zij zich niet staande kunnen houden in de strijd om het bestaan. De sterkere individuen daarentegen, overleven en planten zich voort. Gelukkig maar. Stelt u zich eens voor dat de inferieure genen van een zwak individu worden doorgegeven op het nageslacht. Het zou de soort als geheel kunnen verzwakken en dat is uiteraard niet de bedoeling van de evolutie. Parasitaire infecties – als onderdeel van de natuurlijke selectie – gaan dergelijke ontwikkelingen tegen en helpen zodoende het degraderen van soorten te verhinderen. Allicht nuttig, echter niet gewenst! Voor ons althans. Want eerlijk is eerlijk, in onze vijvers gaat het allemaal nét iets anders dan in de natuur.

Visparasieten worden doorgaans onderverdeeld in kieuwparasieten, uitwendige of ectoparasieten, en inwendige of endoparasieten. Een andere belangrijke indeling is die naar de uiterlijke verschijningsvorm. Denk aan kwalificaties als ciliaten, flagellaten, wormen, schaaldiertjes, etcetera. Deze indeling wordt het meeste gehanteerd en heeft een vooral een grote waarde bij het diagnosticeren gebruikmakend van de microscoop, een instrument wat de laatste tijd steeds meer aan terrein wint bij de moderne en ondernemende Koiliefhebber. Andere pathogene organismen dan parasieten kunnen zijn: schimmels, bacteriën en virussen.

Algemene symptomen van een parasitaire infectie zijn onder meer “flitsen”, schuren, springen en vinnenknijpen. Dit door een continue irritatie van de slijmhuid, een belangrijke barrière tussen de buitenwereld en het inwendige milieu van een Koi. Deze irritatie veroorzaakt tevens een overmatige slijmproductie die een grijsverkleuring van de huid ten gevolge kan hebben (huidtroebeling), wat met name wordt waargenomen bij infecties van protozoaire (eencellige) parasieten. Indien de parasieten gelokaliseerd zijn op de kieuwen kunnen er slierten van slijm uit de kieuwen afhangen. Wanneer de kieuwen van de vissen daarenboven fysiek aangetast zijn door de infectie, zult u symptomen als lusteloosheid en een versnelde ademhaling waarnemen, waarbij de vissen zich aan het wateroppervlak ophouden ten gevolge van zuurstoftekort. Let wel: symptomen zijn vaak specifiek. Doorgaans leidt een parasitaire infectie tot verzwakking en/of uitputting van de gastheer en mondt het niet zelden uit in een (massale) sterfte van de vijverpopulatie.

Parasitaire infecties zijn het beste te behandelen wanneer de diagnose in een vroeg stadium wordt gesteld. Tegenstrijdig maar waar: een enkele schuurbeweging duidt niet altijd op de aanwezigheid van parasieten en in sommige gevallen is het behandelen van een infectie onnodig, ondanks de (microscopisch zichtbare) aanwezigheid van ongedierte. Voor het stellen van de juiste diagnose is dus kennis, maar vooral veel ervaring nodig. Bent u geen ervaringsdeskundige? Dan doet u er verstandig aan om een specialist in te schakelen in eventuele gevallen van nood. Dierenartsen die gespecialiseerd zijn in visziekten (de “Koidokters”) zijn er niet voor niets.

Hoe ontstaat een parasitaire infectie en wat hebben eenden hiermee van doen?

Watervogels houden zich overal op waar water is. Wanneer zij van vijver tot vijver gaan, bestaat er de mogelijkheid dat er parasieten of parasieteneitjes met hen meeliften naar een volgende vijver. En alhoewel visbelagers veelal soortspecifiek zijn (dat wil zeggen dat zij niet kunnen overleven op andere diersoorten), kunnen zij het “meeliften” op bijvoorbeeld een vogel in sommige specifieke gevallen maar liefst enkele dagen volhouden, zodat de langdurige vliegreis van een parasiet (als verstekeling weliswaar) een verdere verspreiding niet persé in de weg hoeft te staan. Soms gebeurt het ook dat watervogels parasieteneitjes via consumptie binnenkrijgen. De eitjes verlaten de vogel uiteindelijk via de uitwerpselen en kunnen zodoende kilometers verderop terechtkomen in een andere vijver. Niet alleen eenden en andere watervogels zijn in staat om parasieten te introduceren. U mag tevens beducht zijn op “besmettingsbronnen” als nieuwe vissen, allerhande vijvergerelateerde materialen die direct of indirect in contact zijn geweest met (zieke) vissen (netten, quarantainebakken, enzovoort), besmette handen, kleding of schoeisel, kikkers, padden en waterplanten.

Continu worden er vele duizenden parasieten geïntroduceerd in onze vijvers. Dag in, dag uit; maand na maand; jaar na jaar. Het is altijd zo geweest en zal ook altijd zo zijn. Reden tot paniek is er dan ook niet. Zoals u waarschijnlijk zult weten is de Koi de gekleurde variant van de gewone karper. Welnu, deze vis wordt door biologen tot de sterkste vissen van het noordelijk halfrond gerekend. In tegenstelling tot wat vaak wordt geschreven zijn onze Koi absoluut sterke dieren en zeker geen kasplantjes! Helaas neemt dit gegeven niet weg dat Koi geen ziekten en gebreken kennen, maar zoals bij mensen ook het geval is, slaan ziekten en parasieten pas toe bij een verlaagde weerstand.

Bij het ontstaan van parasitaire infecties spelen aldus een aantal belangrijke zaken een rol. In de eerste plaats zal er een parasiet moeten worden geïntroduceerd alvorens deze überhaupt kan toeslaan. Maar zoals één zwaluw nog geen zomer maakt, maakt één parasiet nog geen infectie. Geen enkele vis in welke vijver dan ook is volledig gevrijwaard van belagers. Het is heel normaal als er één, twee of misschien zelfs drie parasieten te vinden zijn op één en dezelfde Koi. Een Koi is normaal gesproken sterk genoeg om zich tegen enkele belagers te verweren en er bovendien weer vanaf te komen. Pas wanneer het om aanzienlijke aantallen gaat die het dier bovendien danig verzwakken, kun je waarlijk spreken van een infectie of beter gezegd: “het zich na besmetting handhaven en vermenigvuldigen van ziekteverwekkende parasieten in weefsels, soms met dodelijke consequenties als gevolg”. Zolang een Koi niet zichtbaar last ondervindt van haar belagers is behandelen vaak niet nodig. Raak vooral niet te snel in paniek, laat u goed informeren en schakel desnoods een specialist in. Op het feitelijke behandelen van zieke Koi kan ik in dit artikel niet verder ingaan.

Zoals reeds eerder aangemerkt, is de weerstand van het dier van het allergrootste belang om zich te kunnen handhaven tegen parasitair ongedierte. De mate van weerstand is onder meer afhankelijk van de leeftijd, stressgevoeligheid en genetische achtergrond (bloedlijn) van het dier, maar niet in de laatste plaats van externe (stress)invloeden. Waterkwaliteit, visbezetting, huisvesting, voeding en temperatuur zijn hier enkele voorbeelden van. Zijn deze factoren niet in orde en/of niet stabiel, dan veroorzaakt dit stress, zeker op de lange termijn, en brengen daarmee een verhoogde vatbaarheid voor ziekten en infecties met zich mee. Vaak, maar niet altijd, ligt de oorzaak van een parasitaire infectie bij de leefomgeving en dus uiteindelijk bij de zorg van het baasje. Hoewel misschien algemeen bekend, wordt het belang van een goede leefomgeving nog altijd te vaak onderschat. Wanneer een Koi last heeft van parasieten, zal men niet alleen moeten constateren dat het dier ziek is, maar men zal bovendien op zoek moeten gaan naar de primaire oorzaak en deze indien mogelijk oplossen. Blijkbaar is er iets mis in de omgeving. Behandelen zonder dat men de oorzaak wegneemt is in feite gelijk aan dweilen met de kraan open.

De parasitaire druk maakt het verschil

Hoewel de vijver veelal meer tegemoet komt aan de eisen die een karper aan haar omgeving stelt dan de meeste modderpoelen in haar natuurlijk leefgebied, worden Koi in gevangenschap relatief vaker getroffen door parasitaire infecties dan hun neefjes en nichtjes in de vrije natuur. Een en ander is deels te verklaren aan de hand van de visbezetting en de daaraan gerelateerde parasitaire druk. Een veelvuldig gehanteerde vuistregel in onze hobby is de œ1 Koi op 1 kuub water- richtlijn. (Deze vuistregel is terecht aan kritiek onderhevig, maar dat is een andere interessante discussie die ik in dit artikel niet zal voeren.) In de natuur liggen de verhoudingen wel iets anders. Daar beschikt ieder individu gemiddeld over héél veel meer leefruimte. De parasitaire druk maakt het verschil.

Wanneer de weerstand van een vis laag is, grijpen bepaalde parasieten hun kans en gaan zich explosief vermenigvuldigen. In dit stadium spreekt men, zoals reeds eerder besproken, van een infectie. Enkele parasieten zullen naar andere vissen migreren om deze ook te besmetten, op zoek naar meer voedsel en meer leefgebied. Wanneer de visbezetting hoog is (zoals in de vijver het geval is) heeft een parasiet die zich in de wijde wereld begeeft een grote kans om een andere vis tegen te komen. In de vrije natuur daarentegen, moet een parasiet wel heel veel geluk hebben om een geschikt prooidier te vinden. Het watervolume ten opzichte van het aantal vissen is er dan ook veel groter dan in de vijver het geval is. Met andere woorden: de parasitaire druk is er laag. Het verband tussen parasitaire druk en bezetting wordt niet alleen gezien in vijvers, maar ook in onze humane maatschappij. Denk bijvoorbeeld aan de ongekend snelle verspreiding van ziekten als SARS, AIDS of malaria waar de mens heden ten dage mee te kampen heeft. Belangrijke (zo niet belangrijkste) oorzaak: veel mensen op een kluitje.

Problemen in het voorjaar

Zo geweldig als het voorjaar door voor velen wordt ervaren, zo ellendig is het seizoen voor uw Koi. In tegenstelling tot zoogdieren zijn vissen koudbloedig, waardoor hun volledige metabolisme (stofwisseling) – en daarmee hun weerstand “ variabel is met de heersende omgevingstemperatuur. In de winter staat zo”n beetje alles in het lichaam van een Koi op een laag pitje en zo is ook de weerstand van het dier significant verminderd ten opzichte van de weerstand in de zomer. In het voorjaar, wanneer de temperaturen langzaam maar zeker stijgen en het zonnetje alsmaar vaker doorbreekt, start het metabolisme van de Koi voorzichtig weer op. Dit is precies ook het geval bij verschillende parasieten in de vijver. Echter, deze eenvoudige organismen zijn veel beter in staat om zich aan te passen aan veranderende omstandigheden dan de zich traag aan de omgeving aanpassende Koi. De parasieten zullen zich bij stijgende temperaturen in een explosief tempo gaan vermenigvuldigen, terwijl de Koi minimaal een week nodig hebben om hun weerstand weer op het normale niveau te brengen. Héute;l even dus hebben parasieten meer overwicht op de Koi dan normaal en dientengevolge zijn de Koi in het voorjaar meer vatbaar om ziek te worden.

Zeker tijdens typische kwakkelwinters, wanneer perioden van warmte en koude elkaar veelvuldig afwisselen, krijgt het gestel van een Koi in een kort tijdsbestek veel klappen te verduren. Door de watertemperatuur in de vijver te stabiliseren met behulp van adequate isolatie en/of een verwarmingselement, zijn veel onnodige problemen op een eenvoudige wijze te voorkomen. Met een constante wintertemperatuur van 5 à 10 °C worden veel goede resultaten behaald.

De eend, vriend of vijand?

Wanneer men mij op de man af zou vragen of eenden en andere watervogels in staat zijn om parasitaire infecties over te brengen op Koi, zou ik dit met een volmondig œnee beantwoorden. Niet alleen watervogels, maar velerlei voorwerpen en organismen, zijn in staat om parasieten met zich mee te dragen en over te brengen van het ene naar het andere milieu. Wanneer een Koi leeft in goede omstandigheden, en is omgeven met de juiste zorg, zal deze over een goed ontwikkelde weerstand beschikken. Gezonde dieren kunnen zich prima verweren tegen indringers van buitenaf.

Zoals uit dit artikel is gebleken hebben wij een zekere verantwoordelijkheid ten opzichte van de gezondheid van onze Koi. Problemen kunnen immers pas ontstaan wanneer de omgeving te wensen overlaat, waardoor de weerstand van de Koi verlaagd is. Een parasiet die wordt meegebracht door een eend kan in deze gevallen de spreekwoordelijke druppel zijn die de emmer doet overlopen. Misstanden die er altijd al waren, openbaren zich “ schijnbaar plotseling – door het uitbreken van een parasitaire infectie. De eend heeft hier in feite geen schuld aan. Daarom is het niet alleen belangrijk te constateren dat een Koi ziek is, juist de primaire oorzaken moeten worden opgespoord en indien mogelijk opgelost. Hoe dan ook zijn er enkele uitzonderingen die de regel bevestigen. Zo kunnen de gezondste vissen in de beste vijvers bijvoorbeeld worden getroffen door het KHV (Koi Herpes Virus), en inderdaad, KHV kan onder meer worden geïntroduceerd door watervogels. Niet alle ellende is te voorkomen, maar tegenover de meeste ziekten staan wij niet geheel machteloos. Een goede huisvesting, een goede waterkwaliteit en de juiste voeding, dáár is waar het om draait bij het bestrijden van parasieten!

Dennis Barten

Sinds het najaar van 2005 was Dennis Barten de hoofdredacteur van Koi Wijzer, het magazine van de vereniging KOI 2000. Als persvoorlichter was hij bovendien nauw betrokken bij de organisatie van De Nationale Koi- en Vijverdagen. Hij is woonachtig in Nijmegen en studeerde geneeskunde (medicijnen) aan de Radboud Universiteit. Voor deze sie schrijft Dennis artikelen over verschillende onderwerpen, veelal vanuit een kritisch-wetenschappelijke invalshoek.

Voeg een reactie toe