The Pond Library
The Pond Library > Waterplanten > Waterviolier, Hottonia palustris

Waterviolier, Hottonia palustris

In de winter zijn we blij wanneer we wat groen bespeuren in de waterplas, zelfs onder een dikke ijslaag. Die planten zijn daar beschermd tegen de grote koude en gaat door met ademen en groeien. Een van deze groenblijvers is onze inheemse waterviolier.

Het geslacht Hottonia kent slechts 2 soorten

Het tot de familie PRIMULACEAE behorende genus Hottonia omvat slechts twee soorten. De andere soort, Hottonia inflata is een in onze streken nauwelijks verkrijgbare “aquarium”-plant uit het Atlantisch gedeelte van Amerika, Florida en Massachusetts. Toch zal men in de aquariumhandel vaak de naam “Hottonia inflata” tegenkomen. Altijd zal het dan echter gaan om de gewone inlandse soort, Hottonia palustris. Het is over deze inheemse soort, die zowel in het aquarium als de vijver toepasbaar is, dat wij het hier hebben. Wij bekijken de plant even van wat dichterbij.

Hoe Waterviolier groeit en bloeit

Waterviolier, Hottonia palustris, is een overblijvende waterplant met lichtgroene, kamvormig veerdelige, bladeren (tot 12 cm lang en 8 cm breed) aan tot wel 1 meter lange stengels. Witte, veerachtige wortels ontspruiten uit de bladoksels. Het grootste deel van de plant bevindt zich tijdens de zomermaanden net onder de waterspiegel en stuurt in mei en juni de bloemen boven water. De bladloze bloeistengel is tot 40 cm hoog en draagt 6 (tot 11) kransen bleeklila kortgesteelde bloemen met een gele keel. De bloemkroon meet 2 tot 2,5 cm overdwars en is een korte buis met vijfdelige zoom. De bloem lijkt daardoor wat op een primula van het candelabra-type. De bloemen zijn vijftallig en vergroeid, produceren honing en worden door insecten bestoven. Bij het verwelken komen de bloemen onder water te liggen waar het zaad gevormd wordt. De bolvormige zaaddozen bevatten ontelbare zaden.

Waar het water erg ondiep is, daar vormt waterviolier dunne zwarte vezelachtige wortels, die zich in de modder verankeren. Wanneer de groeiplaats droogvalt ontstaat een landvorm, die slechts in zeldzame gevallen bloeit. De verlande vorm wordt een 15 cm hoog.

In het najaar en in de winter vormt waterviolier rozetten die 4-5 cm in diameter zijn en net onder water overwinteren. De koude deert hen niet. Zelfs strenge vorst beschadigt hen nauwelijks. Tegen de winter worden soms ook “turionen” gevormd. Dit zijn stengeltoppen met stijf opeengepakte bladeren, die dieper overwinteren en aangemaakt worden als extra overlevingsstrategie. Deze winterknoppen rusten tijdens het koude jaargetijde op de bodem, wachtend op de lente.

Verspreid voorkomen in Europa en West-Azië maar steeds zeldzamer

Waterviolier is eerder onregelmatig verspreid over Europa en West-Azië. Door het verdwijnen van geschikte leefmilieu”s is de plant eerder zeldzaam aan het worden. Wel is het zo dat deze plant waar hij voorkomt vaak massaal aanwezig is en er nauwelijks plaats laat voor andere gewassen in het water. Wanneer op zulke plaatsen de violierplanten beginnen te bloeien is dat wondermooi. Van op een afstand zou men kunnen denken dat het om bloeiende waterranonkels gaat, maar zodra men dichterbij komt wordt het verschil snel duidelijk.

Waterviolier is een goede indicator-plant van zoete kwel. Dit is water dat het grondoppervlak bereikt, komende vanuit de diepere ondergrond. Kwelwater is min of meer beïnvloed door de grondsoorten die gepasseerd werden. Rijpe kwel (water dat sterk veranderd is door langdurig verblijf in de bodem) is voedselarm, vaak ijzerhoudend en voor de rest vrij constant wat betreft temperatuur en samenstelling. In het kwelwater waar waterviolier in groeit is veel koolzuur aanwezig. Waterviolier verdraagt geen snelstromend water.

Betekenis en afkomst van de benaming

Het genus Hottonia is genoemd naar de Nederlandse plantkundige Peter Hotton (1648-1709). Hij was botanicus en professor te Leiden van 1695 tot 1709. Palustris betekent: uit het moeras. In het Engelse taalgebied is de plant het best bekend onder de namen “water violet”, “water feather” en “featherfoil”. Wie de Franstalige literatuur erop wil naslaan kan zoeken onder de namen “hottonie des marais” of “millefeuille-aquatique”. In het Duits luistert de plant naar de namen “Wasserfeder” en “Wasserprimel”.

Geen gemakkelijke plant maar toch de moeite voor in de tuinvijver

Volgens veel auteurs is waterviolier een van de meest aangeraden zuurstofplanten voor de vijver. Persoonlijk ben ik het daar helemaal niet mee eens. Waterviolier is immers geen gemakkelijke vijverplant. Hij verlangt kalm, helder water dat niet te warm kan worden en verkiest eerder schaduw. De plant verslijmt gemakkelijk en de groene kleur ervan verdwijnt dan. In eerste instantie breken de zijtakken vanzelf af en gaan drijven. Dit komt omdat de stengelhulte eerst van binnen afsterft. Het aanraden door de schrijvers zal waarschijnlijk veeleer te maken hebben met de mooie bloemen. Mooi meegenomen natuurlijk, maar in het geval van zuurstofplanten van ondergeschikt belang. Zuurstofplanten moeten in de vijver snel groeien, zuurstof produceren en afvalstoffen verbruiken. Wat het bloeien van de planten in “kunstmatige” omstandigheden betreft heb ik tot nu toe zelf weinig resultaat geboekt. Na zeven jaar moeizame cultuur bekwam ik uiteindelijk een pietluttig bloemstengeltje met enkele slecht opengaande bloempjes. En dan te weten dat waterviulier in de buurt in het wild massaal groeit en bloeit. Hopelijk heeft u meer geluk.

Waterviulier groeit meestal in water van 10 tot 45 cm diep, verkiest eerder zacht en voedselarm water en een lichte maar niet te zonnige standplaats. Te hoge gehaltes aan stikstof en fosfaat in het water worden niet verdragen. Lichte schaduw is geen probleem, integendeel. In volle schaduw bloeit Hottonia palustris minder goed. Het is een vijvergewas waar men geluk moet mee hebben. Hij doet het soms goed aan de modderige rand van een natuurvijver. In de andere gevallen verdient het aanbeveling waterviulier in mandjes te planten. Concurrentie van naburige planten wordt niet erg goed verdragen. Als grond gebruikt men liefst een mengsel van klei, zand en veen. Wanneer men dan verslijming vaststelt haalt men de manden uit het water en laat de planten verlanden. Druk eerst de nog gezonde toppen wat in de modder. Zet daarna de manden in een doorzichtige plastic zak gedurende een week (in de schaduw). De blaadjes worden donkerder en stijver. Laat deze landvorm nu een tijd groeien alvorens de mand terug onder water te plaatsen. De winterknoppen, die in de herfst naar beneden zakken zullen uiteraard meestal naast de mandjes vallen, wat men dan een nadeel van dit systeem kan noemen.

Het is in ieder geval de moeite om eens wat te experimenteren met deze plant. Van bovenaf gezien is de plant erg decoratief. In de winter gaan de groenblijvende rozetten door met het leveren van zuurstof, zelfs onder een ijsdek, wat toch ook een belangrijk pluspunt is. Pijlkruid, mattenbies, lisdodde en waterweegbree zijn geschikte buurplanten voor waterviulier. Grondelende vissen kunnen een probleem zijn omdat er door hun activiteiten teveel detritus op de bladeren terecht komt. Waterviulier komt het best tot zijn recht in een vijver zonder vissen of eentje met een laag bestand aan kleine vissen.

Als aquariumplant is Hottonia palustris goed bruikbaar, mits de temperatuur niet te lang boven 25 graden gehouden wordt en mits goede belichting. Een vrije standplaats vooraan in het aquarium is aanbevolen. Een toevoeging van CO2 is bevorderlijk voor de groei. Vooral in de winter kan men mooie plantengroepen bekomen in het binnenaquarium. “s Zomers kan de groei in het aquarium wat tegenvallen en de planten worden bros. De waterviolierplanten zijn ook goed bruikbaar in een krachtig belicht paludarium.

Vermenigvuldiging gebeurt meestal door stekken en zijscheuten. Vooral de winterknoppen zullen vrij gemakkelijk aanslaan in de lente. Na de bloei kan men de toppen van de planten verzamelen en opbossen. Men kan ze vervolgens in de schaduw laten verlanden. Waterviulier kan zich ook wat uitzaaien.

Soms hebben de bloemen een wat rode tint. Dit zou volgens sommige bronnen vooral het geval zijn bij de zeldzame diepwater types (1-2 m), waar ze ondergedoken zouden zijn. Zelf heb ik die nog nooit gezien. Wat wel vaak geconstateerd wordt is dat de bloemen blijven doorbloeien onder water, wanneer de waterstand plots verhoogt. Dat zou een verklaring kunnen zijn voor dit rare fenomeen.

Guido Lurquin

Guido Lurquin, woonachtig in Leuven (Vlaams Brabant, belgië) is een professioneel schrijver en fotograaf. Hij schrijft voor verschillende tuin- en vijvermagazines zoals Vijvers & Tuinen en geeft ook lezingen. Guido Lurquin heeft zich vooral toegelegd op de fotografie en het bestuderen van waterplanten. De kennis haalt hij uit eigen ervaringen met zijn tuinvijvers. Voor deze site schrijft Guido Lurquin de monografieën van de waterplanten en zorgt hij voor passend en prachtige foto's.

Voeg een reactie toe