The Pond Library
The Pond Library > Waterplanten > Preslia cervina

Preslia cervina

Preslia cervina heeft spijtig genoeg geen Nederlandse naam maar is vrij courant verkrijgbaar in de vijverhandel. In de meeste vijverboeken wordt het gewasje nogal stiefmoederlijk behandeld of zelfs helemaal niet besproken. Spijtig, want het is juist een plantje, dat erg geschikt is voor mini-watertuintjes.

Ook in de (stads)tuin of op het balkonterras is er wellicht nog een plaatsje te vinden voor een klein waterpartijtje: een kom, een half vat, een verzinkte kuip, een schaal. De bezitters van deze kleine bekkens vragen vaak raad wat betreft de beplanting. Veel vijverplanten worden te groot of gaan te vlug en te veel ruimte in beslag nemen. Daarom neemt men zijn toevlucht tot kleiner blijvende tragere groeiers. Buiten dwergwaterlelies, Iris laevigata “Variegata” en wat drijfplantjes raden wij aan ook eens Preslia te proberen. Dit plantje wordt slechts 20 à 30 cm , uitzonderlijk 50 cm hoog.

Wanneer wij het plantje van dichtbij bekijken zien wij rechtopstaande, dunne, holle stengels met tegenoverstaande bladeren, die lancetvormig zijn, tot 3 cm lang en 4 mm breed. De blaadjes zijn stomp aan de top, gaafrandig of zéér licht getand en aan de onderzijde klierachtig gestippeld. In de oksels van de gewone bladeren ziet men groepjes kleinere, op korte steeltjes staande “blaadjes”. Hier vormen zich in juli, augustus en september kleine bleeklila bloemen .

De bloemen staan dicht tegen elkaar gegroepeerd in valse kransen. Ze zijn vergezeld van kleine schutbladen, die omzeggens zo lang zijn als de bloemen. Deze schutbladen zijn diep in lobben verdeeld, die waaiervormig geordend staan. Het genus is te herkennen aan de uit vier concave verdelingen bestaande bloemkelk, die boven aan de top een baard draagt. De kelkbuis is langgerekt en naar boven toe behaard langs de binnenzijde. Zij bezit een tiental hoofdnerven in de lengterichting. De bloemkroon is omzeggens volledig regelmatig, met vier volledige lobben. Er zijn vier, nagenoeg identieke meeldraden. Ze zijn recht en lopen uiteen. De helmknoppen hebben twee delen, die zich elk in de lengte opensplitsen. De vier delen van de vrucht zijn eivormig, glad en afgerond aan de top.

Voorkomen en naamgeving

Preslia cervina is een uit het westen van Zuid-Europa en Noord-Afrika afkomstig muntachtig gewasje dat behoort tot de lamiaceae (lipbloemigen). Het plantje komt van nature voor in moerassen, langs oevers en vijvers van het Iberisch schiereiland en het zuiden van Frankrijk (o.a. in de Rhônevallei ) en Algerije (omgeving Oran). In bergstreken komt dit moerasplantje slechts tot op een geringe hoogte voor.

Het geslacht Preslia is genoemd naar de Praagse plantkundigen J.S. Presl (1791-1849) en K.B.Presl (1794-1852). Deze twee broers waren beiden professor aan de universiteit van Praag. Tot nu toe is er binnen dit geslacht slechts één soort beschreven, het is dus een monotypisch geslacht. Cervina betekent hert-achtig. In het Duits en Frans heet het plantje respectievelijk Hirschartige Preslie en preslie des cerfs. Het plantje kreeg in de loop van de tijd verschillende wetenschappelijke namen. De beroemde Linaeus gaf het de naam Mentha cervina . De botanicus Moench beschreef het als Mentha punctata . Het tweetal Cariot en Saint-Lager noemden het Preslia angustifolia .

In de kruidengeneeskunde wordt Preslia gebruikt als antispasmodisch (krampopheffend) middel, als tonicum en stomachicum (maagmiddel).

Voor het waterpartijtje en de vijver

Preslia cervina is een kleine doorlevende oeverplant , volledig winterhard en lang bloeiend met mooi pastelpaarse kleur. De bloemen worden gretig bezocht door bijen. Het delicate parfum lijkt op dat van munt maar is fijner en aangenamer. Het plantje houdt van zon en verdraagt een waterdiepte tot 30 cm. Hoewel: een waterdiepte tussen 2 en 5 cm is ideaal. Het gedijt beter in het vrije water dan in het moeras, waar de groei compacter is. Na verloop van tijd vormen er zich dichte bestanden, die zich door spruitvorming verder verbreiden maar nooit lastig gaan woekeren. Als buurplanten komen dotterbloem , slangewortel, biezen en ranonkels zeker in aanmerking. De vermeerdering gebeurt probleemloos door delen van de plantenbasis.

Als cultuurvariëteit kennen wij de vorm met witte bloemen : Preslia cervina Alba”. Deze witbloeier is niet zo makkelijk te vinden. Echt iets voor verzamelaars dus. Wel oogt deze cultuurvariëteit aan het eind van de bloei minder mooi omdat de bruine, verwelkte bloempjes schril afsteken tegen de nog witte. In een Russische tekst vonden wij Preslia cervina “Blue”. Wij vermoeden dat het hier gaat om een vorm met blauwe bloempjes maar hebben geen weet van de eventuele aanwezigheid in onze streken.

In ieder geval is Preslia een leuk gewasje dat wij zeker kunnen aanbevelen , zowel voor degenen die het “vijveren” beperken tot een “kuipje met wat plantjes” als voor degenen die de beschikking hebben over echte vijver.

Guido Lurquin

Guido Lurquin, woonachtig in Leuven (Vlaams Brabant, belgië) is een professioneel schrijver en fotograaf. Hij schrijft voor verschillende tuin- en vijvermagazines zoals Vijvers & Tuinen en geeft ook lezingen. Guido Lurquin heeft zich vooral toegelegd op de fotografie en het bestuderen van waterplanten. De kennis haalt hij uit eigen ervaringen met zijn tuinvijvers. Voor deze site schrijft Guido Lurquin de monografieën van de waterplanten en zorgt hij voor passend en prachtige foto's.

Voeg een reactie toe