The Pond Library
The Pond Library > Waterplanten > Krabbescheer, Stratiotes aloides

Krabbescheer, Stratiotes aloides

Krabbescheer is een zeer mooie, wat exotisch uitziende inheemse waterplant. Hij wordt wel eens vergeleken met een ananasplant omdat hij er wel wat op lijkt en eveneens stekels draagt op de bladeren. Krabbescheer is in de natuur biologisch belangrijk. De plant herbergt zo”n 200 soorten kleine, nog net met het oog waarneembare diertjes. De stekende bladeren geven bescherming, inwoning, gelegenheid tot paring, plaats voor eiafzetting enz. aan dit leger van kleine wezentjes.

Krabbescheer is een overblijvende waterplant met grote kroonachtige rozetten van stugge, ribbelige bladeren met dicht nervenpatroon. De bladeren kunnen tot 40 cm lang worden en cm breed en zijn stekelig gezaagd. De plant is tweehuizig. Zowel de vrouwelijke als de mannelijke bloemen hebben 3 witte kroonblaadjes van 2,5 cm lang. Mannelijke bloemen staan op men steeltje, vrouwelijke zijn zittend. Bestuiving gebeurt door insecten.

In de vijver

De plant is zeker een mooie aanwinst voor onze vijver. De rozetten liggen als sterren in het water en wie over onderwaterverlichting beschikt zal er ook “s avonds veel genoegen aan beleven.
Krabbescheer wordt vaak verkeerdelijk als een doorsnee drijfplant behandeld waardoor vooral jonge planten dikwijls teloor gaan. Ze zinken en raken nooit meer boven. Leg kleine planten ergens langs de kant tussen oeverbegroeiing. Grotere planten liggen in de vijver best boven 40 a 60 cm diep water. Krabbescheer verkiest eerder zuur maar toch voldoende voedselrijk water. Als de plant bloeit (in mei, juni of juli) komen de bladrozetten meer dan half boven water drijven, maar in de herfst zinkt de plant opnieuw om te overwinteren.
Tussen de rozetten maken algen weinig kans want krabbescheer scheidt algenwerende stoffen af. Krabbescheer plant zich ongeslachtelijk voort door nieuwe planten te vormen aan het eind van uitlopers. Men laat de jonge plantjes best aan de ouderplant tot ze groot genoeg zijn (minstens 10-15 cm, liever 20cm).

Leuk om weten

De geslachtsnaam komt van het Grieks voor suldaat, vermoedelijk vanwege de zwaardvormige bladeren. De plant zou alle wonden genezen die door ijzeren wapens waren gemaakt. De wetenschappelijke soortnaam werd gegeven omwille van de gelijkenis met aloë. De Nederlandse naam is ontstaan doordat de schutbladeren aan de bloemstelen lijken op de schaar van een krab. De in ons taalgebied eveneens gebruikte naam wateraloë laat zich makkelijk verklaren.

Krabbescheer migreert in het najaar naar beneden toe. Dit komt omdat de fotosynthese (de productie van zuurstof) zo laag wordt dat de luchthultes in de plant langzaam vul water lopen. De plant wordt hierdoor zwaarder en zakt naar onder de waterlijn. In de lente, wanneer er weer meer licht is verhoogt de fotosynthetische activiteit. De krabbescheerplant slaat zuurstof op in de hultes en wordt langzaam maar zeker opnieuw een drijvende plant. Het vermogen van de plant om te zinken en te stijgen heeft bovendien nog te maken met de hoeveelheid calciumcarbonaat op de bladranden en de bladnerven. Ook de wortels spelen een zekere rul in het tijdens de bloei naar boven duwen en recht houden.

Krabbescheer speelt een belangrijke rul in verlandingsprocessen. Een goed ontwikkeld krabbescheerveld lijkt zo gesloten dat je erop zou kunnen lopen. Bij de eerste stap wordt meteen duidelijk dat dit niet het geval is. Wat geconstateerd wordt bij drijvende krabbescheervegetaties, is dat het water eronder een vrij laag gehalte aan zuurstof bevat in de zomer. In de lente stijgt het zuurstofgehalte door fotosynthese onder water, maar eens de planten drijven verandert de situatie. Krabbescheer ademt dan onder water maar geeft de uit de fotosynthese voorkomende zuurstof af aan de lucht. Dit is een strategie van deze plant. Krabbescheer heeft namelijk veel fosfor nodig. Het probleem met fosfor is dat deze onder zuurstofrijke omstandigheden sterk gebonden is en dus niet beschikbaar voor de plant. Een krabbescheerveld creëert daarom zelf zuurstofarm water zodat de fosfor beschikbaar komt. Het gevolg van zo”n zuurstofarme waterlaag is dat de omzetting van organische stoffen in minerale meststoffen niet meer volledig plaatsgrijpt, en dat er een ophoping van ammonium kan plaatsvinden, ammonium dat voor een aantal waterplantensoorten giftig is. Krabbescheer krijgt hierdoor een soort monopulie. Opgelet dus: zorg dat de planten niet heel je waterpartij inpalmen want dan gaat er zuurstofgebrek heersen.

De bedreigde vogel zwarte stern (Chlidonias niger) heef t krabbescheer nodig. Deze vogel bouwt zijn nest men eindje uit de oever op deze plant. Zo ligt bet buiten bet bereik van landroofdieren zoals bunzings. De stekels van krabbescheer geven extra bescherming aan bet nest. Als het water stijgt, gaat het nest gewoon mee omhoog. Als een van de oorzaken van de achteruitgang van deze kwetsbare vogel wordt de achteruitgang van krabbescheer genoemd. Krabbescheer is erg achteruitgegaan in de natuur door overmaat van sulfaten in het water. Deze sulfaten geven in zuurstofarme condities giftige vrije sulfiden. Ter vervanging van krabbescheer legt men in sommige natuurgebieden tijdens de broedtijd kunstnesten in het water als reddingsmiddel voor de zwarte stern.

In de Verenigde Staten zijn verkoop en transport van krabbescheer aan banden gelegd om een te sterke verbreiding tegen te gaan.

Guido Lurquin

Guido Lurquin, woonachtig in Leuven (Vlaams Brabant, belgië) is een professioneel schrijver en fotograaf. Hij schrijft voor verschillende tuin- en vijvermagazines zoals Vijvers & Tuinen en geeft ook lezingen. Guido Lurquin heeft zich vooral toegelegd op de fotografie en het bestuderen van waterplanten. De kennis haalt hij uit eigen ervaringen met zijn tuinvijvers. Voor deze site schrijft Guido Lurquin de monografieën van de waterplanten en zorgt hij voor passend en prachtige foto's.

Voeg een reactie toe