The Pond Library
The Pond Library > Waterdieren > Schaatsenrijders

Schaatsenrijders

Wie zijn ze, van waar komen ze, hoe kunnen ze op water lopen en wat doen ze in mijn vijvertje? Vragen die veel vijverliefhebbers zich zeker stelen.

Omdat zij veelal goed kunnen vliegen zijn schaatsenrijders vaak de eersten die een kijkje komen nemen in een pas aangelegde vijver. Ook in het prille voorjaar , bij het smelten van het ijs duiken zij al op. Een plas, een vogeldrinkbakje, een regenton, ¦ kieskeurig zijn zij niet. Soms zien we ze in hele “schulen” die uit elkaar breken wanneer ze verontrust worden, maar nadien weer vlug samenkomen.

Echte waterinsecten

Schaatsenrijders zijn de hoogst ontwikkelde familie van de oppervlaktewantsen en leven nagenoeg uitsluitend op het wateroppervlak. Bepaalde leden van de familie bevinden zich zelfs op open zee. Het zijn trouwens de enige insecten ter wereld die in vulle zee kunnen overleven

Schaatsenrijders kunnen zeer snel en behendig over het water glijden . Zij zijn van de andere oppervlaktewantsen (zoals de vijverlopers) te onderscheiden door de stand van hun voorpoten: deze zijn duidelijk van de andere poten gescheiden. Schaatsenrijders hebben een korte kop, fijne antennen en een redelijk ineengedrongen spilvormig lichaam.

Er komen een achttal soorten Gerris voor in onze streken. De hoofdkleur is bruin tot zwart. Zonder de poten zijn kleine soorten 5-9 mm lang en grote soorten 12-17 mm. De bij ons meest voorkomende soort is Gerris lacustris

Levenswijze

Schaatsenrijders leven bij voorkeur op het oppervlak van langzaam stromend of stilstaand water . Zij maken gebruik van de oppervlaktespanning. De voortbeweging gebeurt schoksgewijs. De poten staan als uitleggers over bijna heel hun lengte in contact met de waterspiegel. Schaatsenrijders kunnen ook grote sprongen maken, tot 10 cm ver. Dit is veel voor dergelijke kleine diertjes, zeker wanneer men beseft dat ze zich afstoten tegen de waterfilm. Overwinteren doen ze in schuilplaatsen op het vasteland, meestal tussen mos of bladeren. Zij laten er zich botweg invriezen.

Wie licht genoeg is kan op het water wandelen

Hoe kan dat? Dank zij een van de eigenschappen van water die men oppervlaktespanning noemt. Bij stilstaand water kan men goed zien dat, op de plaats van de poten de oppervlaktefilm wat ingedrukt wordt.

Schaatsenrijder

Schaatsenrijders hebben drie paar poten . De achterste poten worden meegesleept en dienen als roer, de middelste poten zijn lang en zorgen voor de voortstuwing. De voorste poten zijn vrij en dienen als mes en vork. De diertjes zijn voorzien van een dichte, luchthoudende, viltige beharing, bedekt met een dun waslaagje. Deze beharing is vooral aan de onderzijde goed zichtbaar en vormt een waterafstotende laag. Op te top van de voeten bevindt zich een zeer dicht kussentje waterafstotende haren. Dit alles bevordert de voortbeweging op het wateroppervlak. Een slag van hun roeipoten kan hen tot 1 meter ver over het water doen glijden. Op het land zijn zij onbehulpen.

Poetsen of zinken

Zoals reeds aangehaald is het lichaam van schaatsenrijders dicht met haren bezet. Daardoor glanzen de diertjes vaak zilver. Het haarkleed moet constant met poetsen zuiver gehouden worden want met de zich erin bevindende lucht bepaalt deze pels de overleving op het wateroppervlak. Wanneer het haarkleed niet in orde is zinken de schaatsenrijders , door wind en regen door het oppervlak van het water gedrukt, naar de vijverbodem. Met een defect haarkleed kunnen zij de oppervlaktespanning niet meer van onderen doorbreken en verdrinken jammerlijk.

Lokken en paardje rijden

Het mannetje lokt het vrouwtje door vibraties . Tijdens de periode van voortplanting wordt een territorium verdedigd, eveneens door gebruik te maken van geluiden. Het mannetje is meestal wat kleiner dan het vrouwtje en laat zich door haar dagenlang meedragen op de rug. Alleen bij gevaar springt hij eraf. De eieren worden vlak onder de waterspiegel in rijen afgezet op plantendelen. De larven worden gans de zomer lang geboren en treden vaak plaatselijk in grote aantallen op. Bij schaatsenrijders werden vijf larvenstadia vastgesteld. De larven houden zich op tussen waterplanten en grijpen er zich aan vast. Zij zijn nog niet zo goed aangepast aan het schaatsen over het vrije water als hun ouders. Schaatsenrijders hebben een onvolledige gedaanteverwisseling omdat het popstadium ontbreekt. Voor de winter invalt zijn alle stadia doorlopen en zijn er alleen nog volwassen insecten.

Schaatsenrijders gadeslaan

Gevoelige organen registreren de vibraties veroorzaakt in het water door een erin gevallen prooi. Het voedsel van schaatsenrijders bestaat hoofdzakelijk uit levende of dode insecten , die op het water zijn gevallen. Ze zijn constant op zoek naar kleine insecten die gevangen zitten in de oppervlaktefilm. Hun monddelen zijn tot een steeksnavel vergroeid, waarmee de prooi wordt uitgezogen. Schaatsennemers nemen ook visvlokkenvoer aan.

Om ze te bestuderen kan men schaatsenrijders in een aquarium houden maar doe dat niet te lang, zij verkommeren er. Zij hebben zon nodig en een tamelijk groot vrij wateroppervlak . Dek het aquarium in ieder geval zeer goed af want zij zijn ware meesters in het ontsnappen.

Laurence Foret

Voeg een reactie toe

Your Header Sidebar area is currently empty. Hurry up and add some widgets.