The Pond Library
The Pond Library > Waterplanten > Kaapse waterlelie, Aponogeton distachyos

Kaapse waterlelie, Aponogeton distachyos

Kaapse waterlelie is helemaal geen waterlelie en heeft er in systematisch opzicht niets mee te maken. Het is een uit het zuiden van Afrika afkomstige kortedagplant die in de winter bloeit en heerlijk naar vanille ruikt.

De groei en bloei kenmerken

In hun in 1935 uitgegeven “Handboek voor Aquarium en Terrariumkunde” gebruiken H.J. Kuijper en H. v.d.Noort als Nederlandse benaming tweearige wateraar. Volgens deze auteurs zijn wateraren warmtebehoeftige, tere planten. De gegeven beschrijving is beknopt maar correct: “Zij hebben een knulvormige wortelstok, waaruit vele langgesteelde, leerachtige drijfbladeren treden. Deze zijn lang ovaal van vorm. De dubbel aarvormige bloei bestaat uit vele bloempjes, welke slechts één wit bloemblaadje bezitten. De soort bloeit elk jaargetijde, zelfs in de winter en verspreidt een vanillegeur. Zij gedijen het best in een zwaardere voedingsbodem van zwarte aarde vermengd met klei en zand. Na de bloeitijd gaan deze waterplanten immer een weinig terug om dan verder opnieuw krachtig uit te lopen.”
Deze vooroorlogse beschrijving kan uiteraard worden vervolledigd met maten en aantallen. De wortelknullen zijn tot 3 cm dik. De bladstelen die eruit ontspringen zijn lang en kunnen, al naar gelang de waterdiepte tot 150 cm lang worden. De glimmende, gaafrandige bladeren zijn tot 23 cm lang en 3 tot 7 cm breed. De bladkleur is frisgroen met donkere, bruine vlekken. De gesteelde bloemaar maakt twee opvallende assen die tot 6 cm lang worden en 5 tot 10, in twee rijen staande bloemen dragen. Elke bloem maakt één kroonblad, 8 tot 16 stuifmeeldraden die door hun zwartpaarse kleur opvallend contrasteren en 2 tot 6 vruchtbladeren met elk ongeveer 4 vruchtbeginsels.

Natuurlijke afkomst en achtergrond van Aponogeton

Het oorspronkelijke verspreidingsgebied is de Kaapprovincie van Zuid-Afrika. De planten leven er in helder, ondiep, stilstaand en langzaam stromend water. Momenteel zijn ze verwilderd te vinden in vele landen zoals in de buurt van Lima in Peru, in zuidelijk Australië en in het zuiden van Frankrijk, onder andere in de rivier de Lez bij Montpellier waar de planten al meer dan 140 jaar voorkomen. In het land van oorsprong, Zuid-Afrika, vindt men ze vaak in tijdelijke wateren, die volledig kunnen uitdrogen.

De oorsprong van de wetenschappelijke naam Aponogeton is wat onduidelijk. Mogelijk komt het van de woorden aponos (gemakkelijk) en geiton (buur), wegens de gemakkelijke bestuiving door naburige bloemen. Een andere verklaring zou zijn dat er verwezen wordt naar de Romeinse kuurbron Aquae Aponi. Waarschijnlijker is echter dat het een anagram is van de genusnaam Potamogeton. Distachyos betekent tweearig naar de stand van de bloemen.

Naast de gebruikelijke namen Kaapse waterlelie en wateraar gebruikt men in het Nederlandse taalgebied soms ook wel waterkaars. Een ander naam is wateruitje. Kaaps vijverkruid of Kaaps vijverblad wordt ook gebruikt. In het Duits luistert de plant naar de naam Zweireihige Wasserähre. In het Engels zegt men water hawthorn (om de gelijkenis van de geur op meidoorn) en ook Cape pondweed of Cape asparagus. In het Zuidafrikaans wordt de plant waterblumeki genoemd.

De variëteit A. distachyon var. grandiflorus Hort heeft grotere bloemen met bloemdekschubben tot 1,5 cm lang en de variëteit A. distachyon var. rosea Hort. heeft rozige bloemen. Deze cultuurvormen worden echter weinig aangeboden zodat men zich meestal zal moeten beperken tot de soort.

Heerlijk naar vanille en amandelen geurende bloemen

In tegenstelling tot de echte waterlelie bloeit de Kaapse waterlelie ook in stromend water.
De bloem geurt heerlijk zoet naar vanille en amandelen. Het parfum kan zo sterk zijn dat de hele vijveromgeving ernaar ruikt. De witte bloemen verkleuren groen bij het ouder worden en buigen onder water, waar de vruchten rijpen. Wanneer de vruchten rijp zijn stijgen zij naar het wateroppervlak en laten de zaden los. De zaden kunnen tot 17 x 5 mm groot zijn en hebben een rechte kiem zonder kiemwit. Ze zullen wegdrijven om een goede verspreiding te verzekeren. Daarna zinken zij en kiemen wanneer het water niet te diep is.

Na de bloei verdwijnen soms alle bladeren. De plant sterft af tot de knulachtige wortelstok en neemt een rustperiode van een aantal weken. Daarna loopt de plant weer uit om opnieuw in bloei te komen. In onze streken bloeit wateraar meestal in voorjaar (feb.ma.) en najaar (okt.nov.). Tussen de twee bloeiperiodes gaat hij dus in rust, zodat men in de zomer meestal niets van deze plant ziet want de bladeren sterven volledig af. Maar … bloei is eigenlijk in alle jaargetijden mogelijk.

Verzorging in de vijver, van eisen tot vermeerdering en plagen

De Kaapse waterlelie mag om haar opvallende uiterlijk – de bloemen lijken wel wat op orchideeën – en heerlijke geur eigenlijk in geen enkele vijver ontbreken. Opvallend en ongeëvenaard in schoonheid verdient dit natuurwonder wat meer aandacht. Kaapse waterlelie is toepasbaar van het kleinste watertje tot de grootste vijver, waar zij in grote groepen groeiend de wandelaar zal aantrekken met een zwoele geur. Feest, ook in de koude jaargetijden !

Wateraar doet het goed in het vlakke water langs de vijverrand. De plant zal meestal tussen 30 en 60 cm diep geplant worden. Een 40 cm diepte lijkt mij prima in ons klimaat, zo blijft hij onder het vorstniveau maar ontvangt toch voldoende licht. Een mengsel van klei met laagveen is geschikt als plantsubstraat. Een zonnige standplaats bevordert de vorming van de wasachtige bloemen.

De vooroorlogse auteurs vonden Kaapse water een teer warmtebehoeftig plantje, geschikt voor het aquarium. Volgens de hedendaagse autoriteit op het gebied van aquariumplanten Kasselmann (schrijfster van “Aquarienpflanzen”) is de Kaapse waterlelie juist geen goede aquariumplant omdat hoge temperaturen op den duur niet verdragen worden en omdat er enkel en alleen drijfbladeren worden gevormd. Toepassing als vijverplant wordt aanbevolen.
Toch is het zo dat te warm vijverwater ook niet geprefereerd wordt, een maximum van 20 °C wordt soms aangehaald in boeken maar dat lijkt mij echt weinig gezien de herkomst van de plant. Eigenlijk tulereert de plant behoorlijk wat temperaturen, lichthoeveelheden en dieptes (20-100 cm). Maar zoals reeds aangehaald plant men ze best 30 à 40 cm in ons klimaat.
Een ligging uit de wind valt te prefereren. Kaapse waterlelie verdraagt schaduw. Volgens mij groeit en bloeit dit wateruitje vaak beter in de schaduw. Het is tenslotte een kortedagplant. Een mogelijkheid die beslist het proberen waard is: plant ze in een wat grotere vijvermand. Zet deze mand in de zomer ondiep maar wat beschaduwd en wanneer het gaat vriezen dieper (40 cm diep) maar in de zon.

Overwinteren kan ook door de mand op een lichte vorstvrij plaats te zetten bij een temperatuur van 5 à 10 graden in een schaal met water. Het zou ook mogelijk zijn de knullen zelf vochtig en vorstvrij te overwinteren. Zelfs op een warm plaats in een donkere kast wegzetten en “vergeten” zou al gelukt zijn. Begrijpelijk wanneer men weet dat de planten in hun natuurlijke habitat in tijdelijke wateren voorkomen.

Vermeerdering door delen gebeurt het best in de late lente. Vermenigvuldiging door zaden is mogelijk. Het zaad wordt best vers gezaaid en best onder glas. Het zaad wordt eerst gestratificeerd en in maart uitgezaaid in een bak met kleihoudende grond met een klein beetje water erboven (maximum 10 cm). Kieming gebeurt pas bij temperaturen van 13-15 °C. Na een jaar bekomt men een volwassen knul, tenminste wanneer de zaailingen de winter doorraken. In verband met hun vorstgevoeligheid moeten ze binnen blijven of diep gezet worden in de vijver.

Wat plagen betreft heeft het waterblumeki weinig te lijden. Soms wordt het aangevreten door slakken. De waterleliekever vreet ook al eens lettervormige gaten in de plant.

Smaak en aroma kent zijn toepassing in de keuken

In Zuid-Afrika worden, bloemen en bloemstengels gebruikt om vlees-stew te aromatiseren. Men bezigt ze als bindmiddel in stoofpotten. De mooie bloemen koken stuk maar geven een fluwelige consistentie aan het gerecht. De traditionele Zuidafrikaanse schotel waterblommetjiebredie is een stamppot van schapenvlees met bloeiende trossen wateraren. De blanke bewoners van Zuid-Afrika leerden het gebruik van de Zoeloes. De bloemen zijn er zelfs in blik verkrijgbaar. Jonge scheuten worden ook gegeten en staan in Frankrijk bekend als Kaapse asperges. De walnootgrote knullen zijn eveneens eetbaar en worden sinds oudsher genuttigd in Zoeloeland. Kaapse waterlelies worden in Zuid-Afrika, speciaal voor de consumptie, gekweekt in ongeveer 1 meter diepe kweekvijvers, waar ze in rijen uitgeplant worden en tegen eenden beschermd met laag gespannen draden. De delicate smaak en aroma en de enigszins knisperige structuur maken de bloemekes gechikt voor koude voorgerechten en salades. Ook in combinatie met zoetigheden zoals fruit en (vanille)ijs geven zij een feestelijk extraatje. Laat het u smaken.

Guido Lurquin

Guido Lurquin, woonachtig in Leuven (Vlaams Brabant, belgië) is een professioneel schrijver en fotograaf. Hij schrijft voor verschillende tuin- en vijvermagazines zoals Vijvers & Tuinen en geeft ook lezingen. Guido Lurquin heeft zich vooral toegelegd op de fotografie en het bestuderen van waterplanten. De kennis haalt hij uit eigen ervaringen met zijn tuinvijvers. Voor deze site schrijft Guido Lurquin de monografieën van de waterplanten en zorgt hij voor passend en prachtige foto's.

Voeg een reactie toe