Forum
Ik ben bezig met de bouw van een koivijver van ca. 100 m3.
Hierin worden 3 bodemafvoeren opgenomen.
Deze bodemafvoeren sluiten aan op vortexen van de 2 parallel opgestelde filters.
Na de filters wordt het water (regelbaar) via een waterval en/of midwater terugvoerleiding naar de vijver terug gevoerd.
In veel boeken wordt ook geschreven over een "midwater aanvoer" op de filters. Deze zou in de winter periode gebruikt moeten worden.
In andere boeken wordt aangegeven dat ook tijdens de winter gewoon de bodempotten gebruikt kunnen worden.
Kan iemand mij vertellen of een "midwater aanvoer" noodzakelijk is?
Nu kan ik het als het nodig is of vele voordelen geeft nog opnemen in het systeem.
Liefst laat ik (uit kosten overwegingen) deze aanvoer uit het systeem.
Bij voorbaat dank voor uw reactie.
Hans Heuver
Beste Hans,
Een koivijver van 100 m³ is geen klein beestje. Door het grote watervolume zullen de temperatuurschommelingen minimaal zijn.
Het gebruik van een zijaanzuiging wordt door velen aangeraden, door anderen weer afgeraden. In principe heeft een koivijver geen warmwaterlaag, omdat het volume te klein is. Dat kan gestaafd worden volgens volgend voorbeeld:
Epilimnion:
Is de bovenste, zuurstofrijke en circulerende waterlaag van ca. 25 meter dikte in diepe meren. In de zomer bestaat in diepe meren een thermische gelaagdheid die deze bovenste laag scheidt van het diepere water. Deze bovenste laag is goed gemengd en zuurstofrijk. In dit deel van open water kan nog licht binnendringen, zodat fotosynthese mogelijk is. In deze zone zorgen algen voor de primaire productie van organische stof.
Metalimnion of thermocline:
Deze spronglaag is een relatief smalle laag in het water van diepe meren die in de zomer de bovenste waterlaag van de onderste scheidt. De temperatuur boven de thermocline is aanzienlijk hoger dan de temperatuur eronder. Hetzelfde geldt voor het zuurstofgehalte van het water. In de thermoclinelaag gebeurt het verval van de watertemperatuur snel.
Hipolimnion:
Is de onderste waterlaag van diepe meren met een temperatuurgelaagdheid die zich ’s zomers onder de spronglaag (thermocline) bevindt en niet ‘communiceert’ met het oppervlakkig water. De chemische samenstelling en de temperatuur van het dieper water kunnen sterk afwijken van die van het overige water. Deze waterlaag bevat ook beduidend minder zuurstof, ze is door de thermocline geïsoleerd van de bovenste waterlaag.
In een vijver met een diepte van 1 tot 2 meter gaan de vissen een plaats zoeken waar er het minst stroming is. Dat is gewoonlijk ver van een waterval of de terugkeer van gefilterd water.
Afkoeling kaan vermeden worden door de waterval in de winter uit te zetten en dit water via een bypass onder waterniveau terug te sturen. Op een leiding die filterwater boven het oppervlak terugbrengt kan een elleboog geplaatst worden, zodat het onder water terugkeerd. Zo is er geen afkoeling door de koude lucht.
De bodemdrainage zou altijd moeten blijven werken omdat, ten eerste, de vissen nog altijd ammonia afscheiden langs hun kieuwen; ten tweede, omdat de bodem anders te veel vervuild (slib)- wat algenbloei veroorzaakt in de lente (teveel aan voedingsstoffen)
Besluit: Beter geen zijafzuiging. Het maakt het systeem nodeloos ingewikkeld en onderbreekt de goede filtering.
Wat is een goede filtering?
Wanneer al het water in de vijver om de drie à vier uur de filter passeert.
Met vriendelijke groeten,
Edwig
Beste Edwig,
Deze redernering had ik zelf eigenlijk ook al uitgedacht.
Bedankt dat je hem hebt willen bevestigen.
Met vriendelijke groet,
Hans Heuver