The Pond Library
The Pond Library > Waterplanten > Moerasaronskelk, Lysichiton americanus

Moerasaronskelk, Lysichiton americanus

Gele moerasaronskelk is in het voorjaar misschien wel de meest opvallende oeverplant die er bestaat. Deze moerasbewoner is een vroege bloeier, die al in april volop in bloei staat. Op dat ogenblik draagt de plant nog geen bladeren zodat de bloemen des te opvallender zijn. De eerste jaren is de groei langzaam, maar na een aantal jaren wordt het een grote plant die men niet meer wilt missen.

Wie ooit de gele aronskelk heeft zien bloeien is dadelijk verkocht. Weinig planten kondigen zo opvallend het begin van de lente aan. Als gele lantaarns fonkelen de elegante bloemen, omringd door nog donkere aarde.

Een grote plant

Gele aronskelk haalt een hoogte van 1 m, bij een breedte van 75 cm. In het voorjaar vormen zich opvallende, fel gele bloeischeden (30-40 cm). Het grote schutblad is aan de binnenzijde geel, soms wat doorschoten met groene strepen. De buitenzijde is groen en vanaf de achterzijde gezien lijkt het sterk op een normaal blad. Het schutblad omsluit de staafvormig geelgroene bloeikolf die kleine geelachtig groene bloempjes draagt. Na de bloei valt het schutblad af en rijpen de besachtige zaden.

Pas nadat de bloemen al enige tijd aanwezig zijn of soms al zijn uitgebloeid ontwikkelen zich langzamerhand de bladeren. Het prachtige blad groeit in mei uit tot een lengte van 0,6 m, soms tot meer dan 1 m. De frisgroene bladeren met donkere aders staan in een rozet, zijn lancetvormig tot elliptisch en gaafrandig. Ze zijn leerachtig en netachtig geaderd.

Verzorgen in onze tuin

Er zijn veel vochtminnende planten die wel graag met hun wortels in vochtige grond staan, maar niet echt in water. Gele moeraronskelk is daar een voorbeeld van. Die kan op het niveau 0 cm of ietwat in het water. Een grote plant mag met zijn kroon tot 10 cm onder water staan. Maar dat is het maximum. Moerasaronskelken verdragen ook stromend water.

Moerasaronskelken hebben eigenlijk een voorkeur voor volle zon maar de bladeren kunnen dan wat verbranden. Daarom is het beter hen in de halfschaduw te planten. Het zijn niet echt gemakkelijke planten. Ze haten verplanten en houden er helemaal niet van in een pot te staan. Daarom zijn moerasaronskelken eigenlijk vooral geschikt om in volle grond langs de vochtige rand van een natuurlijke vijver of in een aangelegd moeras toegepast te worden. Dan kunnen de wortels zich diep in de grond boren. Een voedselrijke bodem is nodig. Kleigrond, aangevuld met baggergrond of veengrond vinden ze geweldig. Heel grote containers zoals mortelkuipen van 80 cm doorsnee kunnen gebruikt worden wanneer in de volle grond dash; lees volle modder “ planten onmogelijk is. Wees voorzichtig bij het planten: de wortelstokken breken vlug. Bij het verpoten van grote planten wordt aanbevolen een derde (het bovenste deel) van de grote bladeren af te knippen. Een jaarlijkse bemesting is aanbevolen maar hierbij de grond niet teveel oprakelen om de wortels niet te beschadigen.

Gele aronskelken zijn planten waarbij men veel geduld moet uitoefenen. In de handel komen meestal driejarige stekken die meestal pas na zes jaar bloeien. Het worden vanaf dan echt indrukwekkende planten. Let ervoor op niet op het hart van de plant te lopen. In de zomer is dat onwaarschijnlijk omdat de bladeren dan hoog staan, maar tijdens onderhoudswerkzaamheden in de winter zou het kunnen gebeuren. Dan zijn de bovengrondse delen van de plant gereduceerd tot een stompje.

Vermenigvuldiging is mogelijk. Oude planten kan men delen. Men kan voorzichtig de nieuwe jonge planten verwijderen en uitplanten, maar de moederplant zelf niet te veel storen anders gaat die minder bloeien. Moerasaronskelk is ook goed te zaaien en zaait zichzelf. Het zaad moet werkelijk zeer vers zijn. Ingedroogd zaad is waardeloos. Zaai daarom in de late zomer of het najaar in kletsnatte zandige zaaigrond, op een beschutte plaats. Best worden de zaailingen het eerste jaar in de koude kas overwinterd. Ze zijn gevoelig voor slakkenvraat. Ook volwassen planten kunnen wat lijden van slakken.

Stinkend bij kneuzen

Gele aronskelk verspreidt een onaangename geur wanneer de bladeren of bloemen worden gekneusd. De naam “skunk-cabbage” die de Amerikanen er soms voor gebruiken verwijst naar deze geur. Het is een soort aasgeur, die het werken tussen de planten op dat ogenblik niet tot een pretje maakt. Door deze “stinkdiergeur” worden insecten aangetrokken die voor de bevruchting van de bloemen zorgen. We moeten ons niet teveel zorgen maken over deze reuk. Wanneer men de planten niet aanraakt is er geen probleem. Het meest onaangename is het transport van een plant in de auto

Guido Lurquin

Guido Lurquin, woonachtig in Leuven (Vlaams Brabant, belgië) is een professioneel schrijver en fotograaf. Hij schrijft voor verschillende tuin- en vijvermagazines zoals Vijvers & Tuinen en geeft ook lezingen. Guido Lurquin heeft zich vooral toegelegd op de fotografie en het bestuderen van waterplanten. De kennis haalt hij uit eigen ervaringen met zijn tuinvijvers. Voor deze site schrijft Guido Lurquin de monografieën van de waterplanten en zorgt hij voor passend en prachtige foto's.

Voeg een reactie toe