18 April 1998

De aanleg van een siervijver

Alvorens het graven aan te vatten, moeten we toch eerst even bezinnen. Ten eerste ’wat is eigenlijk een siervijver?’ en ten tweede ’kan een siervijver wel in onze tuin?’

Een siervijver is een vijver waarin vissen (goudwinde, komeetstaart, shubunkin , ...) maar ook mooie bloeiende waterplanten, drijfplanten , zuurstofplanten en moerasplanten een geheel vijverbiotoop vormen. In een siervijver streven we naar een evenwichtige balans tussen dieren en planten. In een siervijver streven we naar glashelder water dat zoveel mogelijk door de planten onderhouden wordt. Een siervijver kan uitgerust worden met een biologische of mechanische filter ter ondersteuning van het vijverbiotoop of wanneer een grotere hoeveelheid vissen in de siervijver voorkomt.

Vissen die absuluut niet passen in een siervijver zijn alle karperachtigen zoals bijvoorbeeld de gewone goudvis, jawel, en koi (Europese, Japanse,...alle koi)

  • Niet elke tuin is even geschikt om een siervijver aan te leggen. Enkele argumenten kunnen zijn:
  • Te kleine tuin (stadstuintje)
  • Een tuin waar zeer jonge kinderen in vertoeven
  • Een tuin waar ook allerlei huisdieren in rondlopen (honden, katten)

De keuze ligt natuurlijk bij u maar er bestaan ook alternatieven indien een vijver niet kan.

Een siervijver kan niet zomaar eender waar aangelegd worden. Er zijn een aantal factoren die bepalen waar de siervijver het best ligt:

  • De siervijver moet minstens 5 uur zonlicht per dag hebben. Een plaats met half zon en half schaduw is het beste. Komt de vijver in de schaduw te liggen, dan moet zuurstof worden voorzien. Zuurstofplanten krijgen minder licht en kunnen aldus minder zuurstof produceren. Ligt de vijver in de vulle zon, dan warmt deze sneller op en is er meer kans op algen. Een siervijver in de vulle zon moet zeker wat schaduw krijgen door middel van omringende planten in de tuin of 30 à 40 % drijfplanten.
  • Probeer een siervijver niet onder bomen te leggen. Er komt dan minder zon aan. De bladval in de herfst kan een ernstig probleem geven. Wortels van bomen kunnen de folie beschadigen. Mocht de vijver toch onder bomen komen te liggen, let dan op welke bomen. Zo zijn de bladeren van eik, goudenregen, blauweregen, kastanje, notenboom, wilg en brem giftig voor onze vissen.
  • De siervijver moet ook op een plaats komen te liggen die zo dicht mogelijk bij de leefruimte aansluit; bijvoorbeeld een terras of een groot raam.
  • Indien mogelijk, leg je een siervijver best wat beschut. Indien je later een fontein wilt, zal de wind minder invloed hebben op de waterfiguur en de koude noordoosten wind in de winter maakt minder kans. Een siervijver die minder beschut ligt, zal vlugger dichtvriezen en zal trager opwarmen waardoor vissen alsook planten minder vlug actief worden.
  • Heel belangrijk is de elektriciteitsvoorziening bij de siervijver voor pomp, fontein en eventueel verlichting. Wanneer de ligging bepaald is, leggen we er ook elektriciteit naar toe. Indien je dit niet zelf kunt, is het aangeraden een vakman te vragen.

De beste periode om een vijver aan te leggen is het najaar. Zo heeft de nieuwe vijver rustig de tijd om aan het biologisch evenwicht te werken en zijn er minder risico’s voor mislukkingen door algen. De tweede beste periode is het vroege voorjaar. Dit is echter al risicovuller. De dagen beginnen te lengen, we krijgen meer zon en het water warmt op. Het zou dan wel eens kunnen zijn dat het biologisch evenwicht nog niet bestand is tegen deze natuurelementen met algen en mislukking tot gevolg.

Ook de vorm, de waterinhoud en de oppervlakte zijn belangrijk voor een goede siervijver.

  • Hou bij de vorm van de vijver rekening met de totale tuinvorm. In een rechtlijnige tuin maken we geen vijver met natuurlijke waterlijnen en in een grillige tuin maken we geen rechtlijnige vijver.
  • Kies een goede vorm uit. Té nauwe doorgangen in de vijver en té sterke kronkels in de vijver zorgen voor stilstaand water en plaatsen waar organisch vuil zich kan opstapelen.
  • De grootte van de vijver is ook belangrijk. Een vijver mag niet gewrongen liggen in een tuin. Er moet voldoende plaats rond het water zijn voor planten, een tuinpad, gazon, terras enz.
  • Een ideale waterinhoud voor de siervijver ligt rond de 10 000 liter water. Een minimum is 2 000 liter. Hoe groter de inhoud, hoe stabieler de vijver maar ook duurder; er is immers een zwaardere pomp en filter nodig. Mocht het nodig zijn om waterproducten in de vijver te doen, dan kan dit aardig wat geld kosten als je vijver meer dan 10 000 liter is.
  • Belangrijk ook is de verhouding tussen waterdiepte en wateroppervlak. Hoe dieper de vijver, des te groter moet het wateroppervlak zijn.
  • De diepte van een siervijver ligt op 80-100 cm.
  • In een siervijver voorzie je best ook drie waterniveaus. Zo kan je een groot gamma van waterplanten herbergen.

De inhoud van de vijver moet zeker bekend zijn. De eenvoudigste methode en de meest correcte is gewoon de meter van de waterleiding in het begin en op het einde van het vullen van de vijver op te meten en daar het verschil van te maken. Zo weet u precies hoeveel water er in de vijver is. Deze waarde is zeer nuttig in gevallen dat eventuele waterproducten moeten gedoseerd worden op basis van de inhoud. De inhoud kan ook met formules berekend worden. Howel dit minder nauwkeurig is, kan er toch al een goed beeld geschept worden.

Inhoud van een vierkante vijver:
Lengte x breedte x diepte

Inhoud van een ronde vijver:
diameter x diameter x diepte

Inhoud van een onregelmatige vijver:
Verdelen in ronde en/of vierkante stukken. Van elk stuk de inhoud bepalen en dan optellen.

Er zijn verschillende mogelijkheden om een vijver te vervaardigen. De materialen worden steeds weer verbeterd en versterkt. De meeste vijvers worden nog altijd aangelegd in folie alhoewel hier ook steeds meer en meer gegrepen wordt naar rubberfolie van 1mm dik. De gewone folievijver of pvc folie verliest wat terrein ten opzichte van de rubberfolie. Folie is het goedkoopst, het gemakkelijkst en geniet een lange levensduur. Een folievijver is vrij eenvoudig te repareren bij eventuele lekkages. Een folievijver kan door iedereen worden aangelegd en je kan de vorm en grootte van je vijver zelf bepalen. Om de folie extra te beschermen, wordt in bepaalde gevallen eerst een bescherming aangebracht die kan bestaan uit een beschermdoek of een laag van gestabiliseerd zand (rijnzand + cement). De bedoeling hiervan is om de folie te beschermen tegen stenen en wortels in de grond.

De nieuwste trend op gebied van vijveraanleg is een vijver in polyester. Het is beresterk en gaat levenslang mee. Met polyester kan je ook zelf de grootte en vorm van de vijver bepalen. Polyester is nog niet echt hét materiaal voor iedereen want het is ten eerste duur en een polyestervijver aanleggen laat je best doen door een vakman, tenzij je een handige doe-het-zelver bent. Bij een polyestervijver hoeven we geen beschermlaag aan te brengen daar het polyester op zich quasi onverwoestbaar is.

Een derde mogelijkheid is een vijver aanleggen in voorgevormde polyester. Deze methode is enkel aan te raden voor kleinere vijvers wegens té duur en je bent gebonden aan de vorm en grootte van het model. Een voorgevormde vijver daarentegen, is onverwoestbaar. Een voorgevormde polyestervijver kan je later niet uitbreiden. Er zijn wel al systemen van voorgevormde polyesterstukken die je aan elkaar kan zetten. Zo kan je wel de vorm en grootte van de vijver bepalen. Eventueel later uitbreiden is dan ook mogelijk. Een voorgevormde polyestervijver is wel de eenvoudigste methode om een vijver te bekomen.

Vroeger werden vijvers ook gemaakt in beton maar dit neemt zienderogen af aangezien het een zeer omslachtig en tijdrovend werk is. Een betonvijver aanleggen is moeilijk en te omslachtig. De dag van vandaag bestaan er betere en eenvoudigere methodes om je waterpartij te bekomen.

De keuze van de randafwerking wordt vaak niet op voorhand bepaald. Er wordt begonnen met de aanleg. De vijver wordt voorzien van de nodige vissen en planten. Wanneer dit gedaan is, denkt men aan de te kiezen randafwerking. FOUT!!! Je moet eerst de randafwerking kiezen en dan pas met de eigenlijke aanleg beginnen. Op deze Web site is een artikel opgenomen waarin een tiental mogelijke randafwerkingen staan beschreven. Kies er één uit alvorens de vijver aan te leggen. Dit is zo belangrijk omdat bij het uitgraven van de vijver rekening moet worden gehouden met de latere randafwerking.

Bij de keuze van een filter en bijhorende pomp wordt vaak ook té weinig aandacht besteed tijdens de aanleg van een vijver. Op de vraag of een filter al dan niet noodzakelijk is, zou ik toch zeggen DOEN. Een filter is een must voor een vijver. We mogen stellen dat een filter hét hart is van de vijver. Het is hier dat de notificerende bacteriën hun werk doen en niet zozeer in de vijver. Alhoewel dat bij de aanbreng van een dunne laag substraat en op voorwaarde dat er genoeg zuurstof is op dat diepe punt in de vijver er ook een zekere bacteriewerking aanwezig zal zijn. Een betere bacteriewerking kan echter gegarandeerd worden bij gebruik van een filter op voorwaarde dat de filter goed onderhouden wordt en dat rekening gehouden wordt met de levenseisen van die miljarden bacteriën.

Op de vraag: welke filter en welke pomp te kiezen verwijs ik naar de filterafdeling op deze Web site voor meer specifieke informatie over filtersystemen en pompen.

Het beste water om een siervijver mee te vullen is leidingwater (stadswater). De samenstellig van dit water is bekend en is dan ook na verloop van tijd geschikt. Ik zeg wel na verloop van tijd want vers leidingwater is niet geschikt om er planten of notificerende bacteriën aan toe te voegen. Vers leidingwater moet zoveel mogelijk ontchloord worden. Chloor wordt gebruikt als ontsmettingsmiddel maar is wel schadelijk voor de vijver. Gewoon een goede beluchting en stevige waterstuwing ontchloort het water in voldoende mate zodat het geschikt is om er waterplanten in te zetten en bacteriën aan toe te voegen. Dit is ook de reden om biologische filters niet te reinigen met leidingwater omwille van de chloor. Het doodt al uw nuttige bacteriën.

Regenwater kan gebruikt worden om de vijver wat bij te vullen, maar vul de vijver bij de aanleg nooit volledig met regenwater. Het is veel te zuur. Niets kan er in leven. Regenwater kan wel aangewend worden om een te alkalisch milieu (te hoge pH en hardheid) te verzachten.

Putwater is in de meeste gevallen het minst geschikt omdat de samenstelling zeer sterk kan variëren van plaats tot plaats. Er zit veelal teveel ijzer in het water met als gevolg bruin (theekleurig) water of er zijn teveel nitraten en fosfaten in het water met een reële kans op algenbloei.

Nadat het water voldoende van chloor is ontdaan, kunnen na een paar tot enkele dagen de waterplanten in de siervijver uitgezet worden. Doordat in een siervijver meerdere waterniveaus voorzien zijn, kunnen we ook een groter gamma van planten voorzien voor verschillende waterdieptes.

We planten de waterplanten best in plantmanden en vijversubstraat. Vijversubstraat is een neutraal en poreus materiaal dat we kunnen gebruiken om waterplanten in te planten en om de bodem van de vijver te voorzien met een dun laagje van 2 cm, niet meer.

De twee belangrijkste plantengroepen zijn de drijf- en de moerasplanten. Drijfplanten zoals de waterlelie zorgen ervoor dat het wateroppervlak kan bedekt en beschermd worden tegen teveel zonlicht. De kans op algenbloei is dan geringer. Vooral vijvers die eigenlijk teveel licht krijgen zouden voor zo’n 30 tot 40% het wateroppervlak moeten bedekken. Waterlelie is de bekendste en wellicht ook de beste en trouwens ook mooi bloeiende drijfplant.

Een tweede en de belangrijkste groep waterplanten zijn de moerasplanten. Moerasplanten zijn planten die met hun wortels in het water staan en met hun bladmassa boven water. Ze halen dus de voedingsstoffen uit het water en verbruiken die boven water door hun groei en fotosynthese. Ze halen hiermee enorme hoeveelheden nutriënten zoals nitraten en fosfaten uit het water. Ze kunnen voor de vulle 100 % gebruik maken van het zonlicht en dat is een groot voordeel ten opzichte van zuurstofplanten die volledig ondergedoken zitten. Daarom zou elke siervijver met een zo groot mogelijk moeras uitgerust moeten worden. Kijk in de filterafdeling van deze Web site voor meer informatie over de planten-moerasfilter. Het water dat uit de filter stroomt, sturen we best langs de moerasplanten voor een nog betere werking. Dun dit moeras wel regelmatig uit en knip regelmatig bladmassa weg. Zo worden de moerasplanten opnieuw gestimuleerd voor opname en verbruik van de nutriënten.

Zuurstofplanten kwamen al eerder ter sprake. De meest gekende zuurstofplant is de waterpest. Zuurstofplanten leveren zuurstof (zoals de naam al zegt) maar dit kan verwaarloosd worden. Waarom? Zuurstofplanten leveren enkel zuurstof overdag. Dit doen trouwens alle groene planten op onze planeet. Bij zuurstofplanten komt de zuurstof wel terecht in het water. In de nacht verbruiken ze zoals alle andere planten zuurstof. Bijgevolg verbruiken ze hun eigen zuurstof die ze overdag hebben aangemaakt. De nuttige werking is dan ook niet zo groot als bij de moerasplanten. Doch kunnen ze een goede aanvulling zijn in een siervijver. Ze halen ook nutriënten uit het water en ogen mooi onder water en in een siervijver. Ze bieden tevens bescherming voor de vissen. Indien u van plan bent een steur in de siervijver te plaatsen, dan raad ik aan om zo weinig mogelijk zuurstofplanten te voorzien. Steur leeft op de bodem en zal uw zuurstofplanten hoe dan ook beschadigen.

Samenvattend voor de planten in een siervijver kunnen we zeggen: voorzie een zo groot mogelijke moeraszone met veel verschillende moerasplanten. Plant de moerasplanten in een neutraal medium. Stuur het water uit de filter onder het moeras en knip of dun het moeras regelmatig uit om een voldoende groei in de planten te houden. Drijfplanten zijn nuttig voor waterbedekking en zuurstofplanten zijn een goede aanvulling.

In een nieuwe siervijver is de biologische werking nul. De filter moet uitrijpen en dit kan enkele weken duren. Pas dan kunnen er vissen in de vijver geplaatst worden. De biologische werking kunnen we positief beïnvloeden door regelmatig bacteriën in het water, of liever in de filter, uit te zetten. Deze bacteriën zijn in de handel verkrijgbaar in poedervorm of vloeibaar waarbij vloeibaar wel de voorkeur geniet. Je mag niet vergeten dat bacteriën levende wezens zijn. Levende wezens opsluiten in een doosje en dan nog in droge vorm???? Een bacteriecultuur in vloeibare vorm die te koop wordt aangeboden heet Bacta-Pur Klear van Aquaresearch. Deze bacteriën worden best verspreid in de filter (het is daar waar trouwens de bacteriën zijn). De eerste twee weken nemen we een opstartdosis en daarna wordt op regelmatige basis (1 week) een onderhoudsdosis in de filter toegediend.

De bacteriewerking kunnen we in de vijver bewerkstelligen door het plaatsen van een beluchtingssteen op het diepste punt in de vijver. Dit is goed voor de zuurstofaanvoer onderin de vijver, schadelijke gassen worden uitgedreven en uw vissen en bacteriën varen er wel bij.

Als laatste en als absuluut het laatste deel van de aanleg, en dan zijn we al enkele weken verder (na uitrijpen van de filter en goede biologische werking) zetten we een paar vissen uit in de vijver. Let wel, een paar en geen hele kulonie want dit kan voor uw biotoop nadelig zijn. Zet enkel vissen uit die in de siervijver mogen (lees de eerste regels van dit artikel) en ga niet over de limiet van het aantal vissen dat de vijver mogen bevulken. Het aantal hangt af van de filter en de inhoud van de vijver. Als richtlijn kunnen we zeggen max 100 cm vis / 1000 liter water. Let ook op met voeding. Wees zo zuinig mogelijk. Hoe meer je vissen eten geeft, hoe meer het biologisch evenwicht en de filter belast wordt met verwerking en zuivering van afvalstoffen. Uw vissen zullen niet te vlug omkomen van honger. In een goede siervijver hebben ze meer dan genoeg voorhanden om van te leven. Het eten dat jij geeft zou enkel mogen dienen als ondersteuning en niet als hoofdmaal.

Over het houden van vissen kan je voor meer informatie er het artikel "Het houden van vissen" op na lezen.

Tot slot van dit artikel even zeggen dat het heel normaal is bij nieuw aangelegde vijvers dat het water eventjes groen wordt door zweefalgen of dat er hier en daar wat draadalgen aangetroffen worden. Dit komt omdat de nieuw aangeplante waterplanten nog niet voldoende hun werking kunnen doen. Ze moeten eerst wat inwortelen en dan kunnen ze een concurrent zijn voor de algen. Vijvers die in de lente aangelegd werden, dragen hiervoor meer risico dan vijvers die in het najaar werden aangelegd en beplant.


Auteur: Ief De Laender Bron: The Pond Library

comments powered by Disqus
Afprinten Mailen Facebook Delicious StumbleUpon Twitter Google

Dit artikel werd 3111 keer bekeken dit jaar - 8 keer per dag

16 jaar, 8 maand en 1 dagen online