
Fotograaf:
Guido Lurquin ©. Bron:
The Pond LibraryKoekoeksbloem of met zijn Latijnse benaming Lychnis flos-cucculi.
De donkergroene grondstandige bladeren van deze overblijvende plant zijn gesteeld, spatelvormig, spits en vaak gewimperd. De bovenste bladeren zijn lancetvormig-lineair, tot 5 cm lang en 5 mm breed. Ze staan ver uit elkaar en daardoor ziet de ruw behaarde stengel er wat kaal uit. De losse bloeiwijze is vertakt en wordt 30 tot maximaal 80 cm hoog. De purperroze verschijnen van maart tot mei, soms tot juli. De zaden hebben een doorsnede van 1 mm, zijn donker en hebben een korrelig oppervlak. Vaak is er wat herbloei in het najaar.